De plaats van muziektherapie in de behandeling van jongeren met een afhankelijkheidsprobleem
Marijke Schotsmans

Deze tekst is het verslag van mijn werk als muziektherapeute, verbonden aan een residentiële setting voor jongeren met een afhankelijkheidsprobleem. Het is een synthese van mijn persoonlijk denkwerk gedurende het voorbije werkjaar en van de boeiende supervisies bij Els Roeykens. Ik vertel u mijn ervaringen en bevindingen, echter zonder u van zekerheden te willen overtuigen.

1. het concept van de K-dienst, dat als uitgangspunt de invloed van middelenmisbruik op de jongere heeft

In juli 2001 werd er in Tienen in het Psychiatrisch Ziekenhuis van de Broeders Alexianen een K-dienst opgericht. Ook ik startte toen mijn werk als muziektherapeute, verbonden aan deze afdeling. De doelgroep waarop we ons richten zijn jongeren tussen 12 en 17 jaar met psychologische, sociale en relationele moeilijkheden én met een problematisch gebruik van verslavende middelen (alcohol, medicatie en drugs). Het programma op de K-dienst fungeert als een structurerende setting onder de naam "Pathways", een concept dat door Dr. Ansoms werd bedacht. Deze naam doelt op de verschillende wegen en elementen die een jongere ontmoet op weg naar het volwassen-zijn. Jongeren met problematisch druggebruik bevinden zich in een cruciale levensfase waarin ze belangrijke keuzes maken; wij willen hen begeleiden en steunen in het tijdig verlaten van het verslavingstraject en het ontwikkelen van een meer positieve en persoonlijke levensstijl. Onze jongeren staan steeds voor de keuze: "kies ik voor de toxicomane weg of de andere?". Hiermee wil Dr. Ansoms duidelijk laten zien hoe er zich door het druggebruik een ontwikkelingsstagnatie voordoet en hoe men op die manier een ik-splitsing tot stand brengt. Deze ik-splitsing situeert zich enerzijds op het veld van de normaal ontwikkelde ik en anderzijds in het spoor van de toxicomane ik. Hierbij plaatst hij respectievelijk de realiteitszin tegenover de passie, de zelfbeheersing tegenover de impulsiviteit, het tijdsperspectief tegenover een heden zonder plannen en een eerlijkheid tegenover een oneerlijk gedrag.

De gevolgen van middelenmisbruik bestrijken immers alle velden van de ontwikkeling van een adolescent: druggebruik lokt geweld en agressiviteit uit, zorgt voor het verwaarlozen en stopzetten van schoolse activiteiten, en is nauw verwant met het prostitutie-, dealers- en misdaadmilieu. Druggebruik legt de normale ontwikkelingsgroei stil en impliceert hierbij een emotionele afvlakking, het vervagen en verdwijnen van het toekomstperspectief en een totale desinvestering in de ander en de maatschappij. Drugs voeden passiviteit, apathie en onverschilligheid.
Alle kenmerken die een jongeren ervan weerhouden 'juiste' beslissingen te nemen in verband met hun toekomst.
Bovendien treft men bij adolescenten met middelenmisbruik veel psychosomatiek en medicatiemisbruik aan, evenals fysieke en psychische ontwenningsverschijnselen. Een fysiek ontwenningsverschijnsel waarmee ik tijdens de therapie vaak geconfronteerd word, zijn de zogenaamde 'flashbacks'. Dit verschijnsel ontstaat wanneer het lichaam zich het effect van de drugs herinnert. Prikkels die deze fysieke herinnering uitlokken zijn vaak muziek, situaties of gedachten. Bijv. knarsetanden, visuele hallucinaties, geurhallucinaties...

2. het statuut van de verslaving, het statuut van muziek

Het werken met deze jongeren deed mij al van in het begin stilstaan bij het statuut van de muziek. In deze zoektocht kwam ik vrijwel meteen terecht bij de drugs. Ik schets een situatie in de therapie: "Een groep jongeren vult onderuitgezakt in de zitzakken het muziektherapielokaal. Intussen klinkt hùn muziek die in elke noot, elk ritme en elk woord verwijst naar hun drugswereld. Een vloedgolf van receptiviteit en eensgezindheid overvalt mij. Ik neem het gebeuren van op een afstand in mij op. Het is duidelijk dat ik niet kan ervaren wat eenieder van deze jongeren op dit moment beleeft." De repetitieve muziek die klinkt, introduceert een roes. Ze leidt bij de jongeren het euforiserend effect van de drugs in, of versterkt het. Echter de drugs als concreet object is verbannen uit de therapie. Maar de idee, de verslaving krijgt duidelijk wel een plaats. Drugs zijn dus aanwezig in de therapie. Is hun muziek dan de belichaming van het concrete object? Of hoort de muziek er altijd bij, is ze er geen belichaming van? Functioneert de muziek als een substituut? Is ze in staat om dezelfde euforiserende en roesachtige effecten op te roepen als het product zelf? Of is de muziek een afleidingsmanoeuvre dat hen even niet aan de drugs doet denken en dat tegelijkertijd hun gemis draaglijk maakt? Vanuit soortgelijke situaties durf ik stellen dat de verslaving en de muziek zeer veel gelijkenissen kunnen vertonen. (En meteen rees bij mij dan de vraag of muziektherapie bij deze jongeren wel goed kon zijn?) Blijkbaar kan muziek bij deze jongeren even gemakkelijk diezelfde afvlakking in de hand werken als de verslaving. Ik kon de therapie met deze groep sessie na sessie laten bestaan, we kwamen niet tot muziek, tot een vorm, tot woorden, tot interactie, tot improviseren, tot een affect, laat staan tot een beleving. We bevonden ons op niveau nul, en daar bleven we. Dit patroon binnen de therapie herhaalde zich keer op keer, sessie na sessie. We bevonden ons op het niveau van de herhaling en kwamen niet tot symbolisering. Integendeel zelfs, elke symbolisering werd opgeheven, vormen werden tenietgedaan. Telkens zakten we weg in een roes waar geen vormen meer bestaan.

Via de thesis van een studente die haar stage deed bij mij op de K-dienst kwam ik in contact met het werk van GD. In het werk van psychoanalytica Ginestet-Delbreil over rouw en de pathologische verslaving vonden we de theoretische onderbouw voor onze bevindingen in de praktijk. Deze theorie hier echter uit de doeken doen leidt ons te ver, ik vermeld de slotsom. "Het verslavingsobject krijgt in de pathologische verslaving het statuut van datgene wat de symbolisering opheft."

Met de hulp van de drie niveaus die J. Lacan beschrijft en de situering van muziek, woord en beeld hierin door Jos De Backer en Jan Van Camp, tracht ik deze muziek en de verslaving een plaats te geven binnen het drieledige kader van het reële, het imaginaire en het symbolische. Hierbij komt de dubbele positie of het ambigue statuut van muziek in de therapie tot uiting. Er is "muziek als zodanig" en "muziek als vorm".

3. muziektherapie: proces naar symbolisering - een casus

Gedurende het verblijf op Pathways van minimum twee maanden werkt elke jongere in de verschillende therapieën aan zijn/haar verhaal. Zo zijn er naast de muziektherapie nog de groepspsychotherapie, ergotherapie, psychomotorische therapie. De jongeren komen in een groepjes van vier personen twee maal per week naar de sessie muziektherapie die één uur duurt. Tijdens het voorbije jaar heb ik kunnen vaststellen dat het muziektherapeutische proces bij deze jonge mensen volgende verschillende fasen doorloopt. Bij aanvang van de therapie gaat het veelal om receptieve muziektherapie waarbij de patiënt eigen muziek, cd's, meebrengt naar de sessies. In een tweede periode gaan de patiënten op zoek naar 'andere' muziek dan de eigen, meegebrachte cd's, echter nog steeds om samen te beluisteren. De actieve muziektherapie start door het aanleren of terug in herinnering brengen van bestaande melodieën. Dit noem ik voor mijzelf de "leerfase". Na deze periode voelt de jongere zich vaak vrij en 'kundig' genoeg om te experimenteren en te improviseren op de instrumenten in het lokaal. Het muziek beluisteren is in deze laatste fase praktisch afwezig. Mag ik er u ook op attent maken dat de evolutie die de jongere tijdens dit proces meemaakt ook fysiek merkbaar is.
De houding van de jongeren evolueert van volledig onderuitgezakt op de rug of in foetushouding, naar een lighouding waarbij het bovenlichaam wordt opgericht, naar rechtzitten en staan tijdens het improviseren. Ze richten zich dus ook letterlijk op!
Gedurende dit proces doorloopt de jongere bovenstaand schema dus van onder naar boven. Hij of zij maakt de beweging van de roes naar de voorstelling, van droom naar realiteit, van herhaling naar herinnering, van jouissance naar het ontstaan van het verlangen. Echter de overgang van de ene periode in de andere verloopt niet zonder castratie. Zoals een moeder haar kind verbiedt nog langer te drinken van de borst en tegelijk het kind wel eender welk ander voedsel toelaat, zo durf ik als therapeute op basis van de therapeutische relatie, het vertrouwen en de veiligheid van een duidelijk kader op een bepaald moment in de therapie een verwachting formuleren naar de patiënt. Deze verwachting creëert een VERBOD. In de castratie gaat het om het feit dat de jongere dat verbod aanvaardt, bijvoorbeeld het verbod op het beluisteren van de eigen muziek of een verbod op de receptieve vorm van muziektherapie. Maar een castratie is niet enkel een verbod. Tegelijk opent het verbod een hele reeks andere mogelijkheden in het omgaan met, het gebruik maken van de muziek in de therapie; er kan ook andere muziek beluisterd worden dan de eigen, we kunnen zelf improviseren, een rap maken, … Indien de castratiewet dus aan de drift een vorm of een object ontzegt, opent het ook aan datzelfde verlangen een geheel nieuw gebied van mogelijke en toegelaten verwezenlijkingen. Dit verbod heeft dus als effect dat het subject, onderworpen aan deze wet bevorderd wordt tot een meer 'humane' vorm van bestaan. Denk hierbij ook weer aan hun fysieke houding tijdens de sessies, na elke castratie richt men zich iets meer op. Bij het aanvatten van de therapie is er een weigering tot castratie die erin bestaat dat de verslaafde de muziek niet kan aanvaarden, tenzij op voorwaarde dat hij haar kan ontdoen van haar essentie, de vorm. Enkel eigen, en dat is meestal repetitieve muziek wordt dan door hen verdragen.

Ik zal nu het muziektherapeutisch proces beschrijven van een fictieve patiënt opgenomen op onze K-dienst. Laten we het hebben over Johan.
Johan is een jongen van vijftien jaar met een problematisch gebruik van alcohol, cannabis en amfetamines. Hij houdt zich thuis niet meer aan de regels, waarbij hij regelmatig agressief uitvalt naar zijn vader, zijn dag- en nachtritme is omgedraaid, hij blijft vaak weg van school en werd reeds verschillende keren betrapt op het stelen van geld. Zijn ouders brengen Johan naar Pathways, ze zijn ten einde raad, Johan voelt zich gevangen. En zo komt Johan naar zijn eerste sessie muziektherapie.
Ik zorg ervoor dat de sessies altijd hetzelfde verloop hebben. Bij het binnenkomen in het lokaal gaat iedereen op een stoel zitten en stel ik een (ook altijd dezelfde) vraag aan de jongeren nl. "En, wat gaan we doen vandaag?" Daarop doen de groepsleden voorstellen om de sessie in te vullen. Als we gaan muziek beluisteren kan ieder gaan liggen in de zitzakken. Aan het einde van elke sessie is er een bespreking waarin ervaringen, bevindingen kunnen meegedeeld worden, daarvoor verwacht ik dat eenieder weer plaatsneemt op een stoel. De sessie stopt bij mijn zin "oké, dan sluiten we hier af."
Tijdens de eerste sessie van een nieuw opgenomen patiënt geef ik aan het begin van de sessie de volgende inleiding.

Ik vertel Johan dat dit muziektherapielokaal een ruimte is waar hij kan bezig zijn met zijn verhaal, via muziek. Hier moet er niet gepraat worden, het kan wel. Maar de muziek komt op de eerste plaats. Ik verwacht dat je 'iets' met muziek doet binnen deze sessies, muziek in alle vormen. Je zal de sessies zèlf invullen. Aan het begin vraag ik "wat gaan we doen vandaag?" en dan is het aan jou. Aan het einde van de sessie houden we een korte bespreking waar ervaringen kunnen verteld worden, echter het is even goed als er op dat moment niets gezegd wordt. Johan knikt zwijgend dat hij het begrepen heeft. Ik stel voor aan de groep om het lokaal en de instrumenten samen met hem te verkennen."
Hier begint de eerste fase van het proces van Johan. Het is een periode waarin de opbouw van de therapeutische relatie centraal staat. Bij mijn inleiding schets ik het kader van de therapie, ik beveilig het en heel bewust spreek ik de jongere van meet af aan aan op zijn fantasie bij het formuleren van de verwachting dat hij/zij de sessie zelf invult. Maar intussen weet ik dat deze opdracht om de sessies zelf in te vullen aartsmoeilijk of haast onmogelijk is voor een verslaafde. Deze hele periode, die vaak een zestal sessies duurt, is een periode van balanceren tussen veiligheid bieden en verwachtingen stellen. Immers passiviteit, apathie en onverschilligheid tekenen de jongere bij opname. Er is bij hen op dat moment géén imaginaire ruimte aanwezig, noch het verlangen om tot een dergelijke ruimte te komen. Ook Johan voelt zich opgesloten (het is ook letterlijk een gesloten afdeling) en bedrogen door zijn ouders en het behandelteam. Een reactie van angst en agressie wordt door het minste uitgelokt.

Voor de tweede sessie brengt Johan een eigen cd mee om samen te beluisteren. Op mijn vraag "Wat gaan we doen vandaag?" antwoorden de jongeren eensgezind "muziek beluisteren". Daarop nestelen ze zich languit in de zitzakken, klaar om zich volledig onder te dompelen in de muziek."
Zo gaat het een aantal sessies voort. Johan brengt "zijn" wereld binnen in de therapie. Muziek bij jongeren omvat immers hun hele leefwereld, d.w.z. hun vriendengroep, kleding, taalgebruik, vrijetijdsbesteding. Ik ervaar heel duidelijk dat dit de wereld is die verband houdt met zijn druggebruik, de wereld waarvan Johan eigenlijk los zou moeten komen. Ik ervaar ook dat de jongeren maar wat graag deze positie van passief muziek consumeren opzoeken. Op dit moment zijn, zoals ik eerder reeds beschreef, de muziek en de drugs heel nauw verbonden. De drugs zijn verbannen uit de therapie, de verslaving krijgt van meet af aan een duidelijke plaats. Door deze vorm van muziekbeluisteren toe te laten in de therapie geef ik Johan de kans opnieuw af te dalen naar de wereld van de roes, de oraliteit, receptiviteit, de desinvestering en ga zo maar door… Een imaginaire ruimte lijkt afwezig, er lijkt ook geen verlangen, geen investering in de Ander, noch zichzelf. Ik ervaar het als een zeer moeizame opbouw van de therapeutische relatie. Ik ben een buitenstaander, "de volwassene". Maar ik mag wel getuige zijn, toeschouwer van de realiteit op de scène, denk ik vaak. Ik denk over Johan, over wat plaatsheeft, over de muziek. Het voelt heel sterk als een soort van éénrichtingsverkeer. De therapeutische relatie lijkt afwezig. Maar eigenlijk worden we beiden teruggeworpen naar een positie die lijkt op die van een moeder en een zogende baby. Het muziekbeluisteren in die regressieve houding is te vergelijken met een zogende baby.

Zowel de verslaafde als de baby kijken telkens weer hongerig uit naar het moment dat de moeder hun de kans schenkt zich te laten "vollopen" tot een gewaarwording van fysieke voldaanheid hen overvalt. Nadien liggen ze afwezig en "dronken" te genieten van de lichamelijke voldoening. Tegelijkertijd laat Johan mij "binnenkijken" in zijn leven. Hij geeft mij de kans om het voorstellen van zichzelf te aanvaarden en te erkennen.
In deze periode hebben de jongeren vaak nog last van fysieke ontwenningsverschijnselen. De muziek doet hen hunkeren naar het product, flashbacks blijven niet uit en het gemis van de drugs maakt hen angstig en agressief.

Stilaan verandert de muziek die Johan wil beluisteren in de therapie. Hij vraagt naar "indianenmuziek", want "daar wordt hij rustig van". Steeds vaker gaan we zelf tussen de cd's in het lokaal op zoek naar muziek die we zouden kunnen beluisteren omdat hij geen eigen cd's meer meebrengt naar de sessie. Zelf muziek maken komt nog niet ter sprake, en wanneer ik het even aanraak als mogelijkheid, reageert Johan: "Doet gij maar als ge dat zo graag wilt, maar ik kan daar niks van, en ik ga niet als een klein kind liggen tokkelen op al die rommel." Ik mag dus wel spelen voor hem, bedenk ik. We spreken af dat ik tussen de gekozen nummers op cd ook een improvisatie op piano zal spelen. In de bespreking aan het einde van de sessie vertelt Johan dat "die pianomuziek toch nog niet zo erg was". Hij vraagt of ik ook "dat stuk van Beethoven" kan spelen, dat zou hij dan graag volgende sessie eens horen. Vanaf die vraag eindigt elke volgende sessie met Für Elise op piano.
Ik voel de vijandigheid tegenover de therapie afnemen en het vertrouwen groeien. Ik mag voor hem muziek maken. Is het toeval dat het stuk "Voor Elise" heet? Ik speel het speciaal voor hem, omdat hij het vraagt. De investering ontstaat. Intussen vond de eerste castratie plaats. In het geval van Johan gingen we over naar het beluisteren van "indianenmuziek", maar even vaak komt het voor dat de jongeren vragen naar klassieke muziek, jaren '80, heel vaak liefdesliedjes… Ook de luisterhouding verandert: van het zich laten vullen tot het fysieke effect voelbaar is naar zich engageren in de muziek. In de eerste periode werd het lichaam door de muziek gedempt, verdoofd. Bij deze vorm van muziekbeluisteren resoneert het lichaam van Johan mee zodat het beelden met zich meebrengt. Johan kan er nog niet veel over vertellen buiten het feit dat die muziek hem rustig maakt. De muziek roept iets op in plaats van dat ze hem lamlegt en afvlakt. Tijdens het improviseren aan de piano, als nummertje op een willekeurige cd ontstaan bij mij heel wat verschillende ervaringen van tegenoverdracht: soms speel heel voorzichtig als voor vegeterende comapatiënten, dan ben ik heel alleen. Dan weer speel ik om een bende baby's in slaap te wiegen. Zo is het mij werkelijk overkomen dat ik plots slaapliedjes begon te spelen. Vaak ga ik heel bewust op zoek naar een vorm met een duidelijk begin, verloop en einde, naar een stijl, naar akkoorden, een klankkleur, enz. precies alsof ik hen wil laten kennismaken met de mogelijkheden van muziek. "Kijk jongens, zo kan het allemaal klinken". Maar meestal blijf ik eveneens een sterk gevoel van onmacht ervaren "hoe krijg ik ze in godsnaam uit die regressie??" en wisselen moederlijke vertedering en vaderlijke strengheid elkaar voortdurend af. Vanaf nu werkt de therapeutische relatie duidelijk voelbaar.

In Johans groep zit ook Ruth. Ruth is bezig met het aanleren van het lied "Promise me" van B. Craven. Zij zingt en ik speel de begeleiding op piano. We zingen het nu elke sessie enkele keren door want Ruth wil oefenen. Enkele sessies geleden vond Johan het werk van Ruth "belachelijk" en "typisch voor meisjes".
Nu zegt hij in een nabespreking dat het lied hem doet denken aan zijn vriendin. Ze verbrak hun relatie nu al meer dan een jaar geleden. Johan vertelt dat hij de pijn nog steeds pijn voelt, dat hij haar nog altijd mist.
De volgende sessie stel ik voor aan de groep om de sessie eens actief te beginnen, gewoon de instrumenten in het lokaal bekijken, vastnemen en laten klinken. De groep antwoordt met wat gemor en gegrommel, maar ik blijf bij mijn verwachting en uiteindelijk verspreiden de jongeren zich in het lokaal. Ruth begint te zingen, één iemand neemt plaats aan de piano en begint 'Broeder Jacob' te spelen, nog iemand neemt een conga en begint te slaan zo luid hij kan. Johan neemt de blokfluit en gaat op een stoel zitten. Heel nauwlettend plaatst hij zijn vingertoppen op de fluit zodat die alle gaatjes zouden sluiten. Ik merk dat dit een hem bekend instrument is. Na enige tijd en "proeftonen" speelt hij de melodie van de film 'The Titanic'. Iedereen heeft het gehoord en kijkt op. Bijna verontschuldigend vertelt Johan dat hij dat nog op school geleerd heeft, maar toch is te zien dat hij trots is dat hij het nog kan. Zo gaan we een twintigtal minuten door, tot we de overgang maken naar de receptieve muziektherapie. We gaan weer de "indianenmuziek" beluisteren. Nadien is er de bespreking. Er wordt niet veel gezegd, niet over het eerste noch over het tweede deel van de sessie. Dan vraagt Johan of ik om te eindigen nog eens Für Elise kan spelen, iedereen valt hem bij in zijn vraag. We sluiten de sessie dan ook af met mijn pianospel.

Aan het begin van deze sessie deed ik een voorstel. Ik formuleerde de verwachting dat ieder groepslid geluid zou maken door de instrumenten te laten klinken. Dit is een heel vrij voorstel. Het heeft een duidelijk doel, namelijk het actief musiceren. Met andere woorden, dit is de castratiewet die de receptieve muziektherapie verbiedt. Tegelijkertijd biedt dit voorstel aan de jongeren nog de kans om in vrijheid met de instrumenten en de muziek om te gaan. Ze kunnen het kinderachtig of belachelijk laten overkomen, ze kunnen de opdracht heel letterlijk afwerken, enzovoort. Ook al neem ík hun muziek heel serieus. Dit "vrije voorstel" is voor de meeste jongeren een moeilijke opdracht. De beleving, typisch voor adolescenten waarin alles uitvergroot wordt in het hier-en-nu-moment, samen met de emotionele afvlakking als gevolg van de verslaving en ontstaat de angst voor het spelen. De jongere heeft schrik dat bij het musiceren 'het symptoom' zal klinken. "Hoe zal ik klinken: ziek? Gek? Verslaafd, problematisch?" Zo was er een patiënt die na ettelijke sessies van groepsimprovisatie pertinent bleef weigeren om mee te musiceren. Tijdens een nabespreking van zo'n sessie drong ik er bij de jongen op aan te formuleren waarom hij niet kon meedoen. Hij was boos, bang en triestig en riep "Omdat ik bang ben voor hoe ik ga klinken?!"

Stilaan ontsluit bij Johan de imaginaire ruimte zich. Er ontstaan herinneringen, Johan denkt terug aan zijn vroegere vriendin, hij denkt aan school, aan de blokfluitles. Stilaan ontstaan er woorden, Johan kan vertellen wat hem bezighoudt, hij kan woorden plakken op zijn belevingen. Samen met het verschijnen van muziek als vorm, ontstaat ook het verlangen. Het gaat steeds makkelijker om de sessies zelf in te vullen. Johan bevindt zich nu duidelijk in wat ik noem de "leerfase", hij grijpt naar de bestaande melodie van het openingsnummer van de film "The Titanic". Hier leert Johan het zichzelf terug aan, hij dwingt zichzelf de noten en de vingerzetting te herinneren. Vaak vragen de jongeren ook aan mij om hen iets op piano te leren. Ze vragen vaak om hen Broeder Jacob aan te leren of ik leer hen hoe je een conga kan bespelen. Soms zingen we popsongs uit een liedbundel terwijl ik begeleid op piano.
Bij het naspelen van bestaande muziek is een duidelijke structuur en houvast verzekerd, dit maakt het actief musiceren veel veiliger hen. Dit is de periode waarin ik mij als therapeute toesta de jongeren "de taal van de muziek" te leren. Soms gebeurt dat heel letterlijk zoals ik al vertelde, dan weer vindt het heel spontaan plaats tijdens het improviseren. Ik improviseer op een bepaald instrument, in een bepaalde vorm, er is een begin, een verloop en een einde in de muziek. Er is de dynamiek, er is stil en luid, er zijn veel noten, of weinig, er is staccato en legato, en ga zo maar door. Ik word op dat moment een beetje een voorbeeld van hoe je muziek zou kunnen maken.
Wanneer ik echter "Für Elise" speel aan het einde van de sessie komt er nog een factor bij. Ik heb sterk het gevoel dat het gaat om het verzekeren van het artistieke, het kunstzinnige van de muziek, zeker als de jongeren eerst zelf muziek hebben gemaakt, moet ik het op die manier voor hen ontdoen van het kinderachtige of het spel. Muziek is serieus. Ook voor hen. Ook wanneer ze zelf musiceren. De jongeren zetten de partituur voor mij klaar op de piano. Vaak vragen ze mij te vertellen over Van Beethoven of over Mozart. De geschiedenis komt op de proppen, de jongeren schakelen zich in in de partituur die de geschiedenis vertegenwoordigt.

Dit opnemen van "taken", heropnemen van engagement, de investering: in personen, ic meisjes, Johans vroegere vriendin, in de school, iets leren, iets kunnen, … zijn acties van de jongere die zich bevinden op het niveau van het symbolische.

Meestal maken de jongeren de laatste overgang naar de periode van de vrije improvisatie als vanzelf. (Echter nog vaker gaan de jongeren net voor deze periode aanbreekt met ontslag.) Het is een fase waarin er zonder moeite, of alleszins met veel minder weerstand overgegaan wordt tot actieve muziektherapie. De nood aan het muziekbeluisteren als sine qua non voor het improviseren is afwezig. Wel ontstaat de vraag om de improvisaties op te nemen zodat ze terug beluisterd kunnen worden. Fantaseren over de muziek wordt eenvoudiger en reflectie wordt makkelijker toegelaten. Nu zijn de jongeren klaar voor verwerking.

Bibliografie

BUKSTEIN, O.G.
Adolescent Substance Abuse; Assessment; Prevention and treatment, New York, John Wiley & Sons, 1995

COOMANS, A.
Muziek als pharmakon, ambiguïteit in de muziektherapie met verslaafde adolescenten, niet uitgegeven, thesis 2001 - 2002

DOLTO, F
La cause des adolescents, Paris, Robert Laffont, 1997

GINESTET-DELBREIL, S
Deuil et pathologies addictives, In: GINESTET-DELBREIL, S (red), La terreur de penser. Sur les effets transgénérationnels, Ed. Diabase, 1997

VAN CAMP, J
Cursus psychotherapie, Leuven Lemmensinstituut, 1999, niet gepubliceerd.

WIGRAM, T, DE BACKER, J, (red)
Clinical applications of musictherapy in psychiatry, London/Philadelphia, Jessica Kingsley Publishers, 1999