Sofie Vandereyken is als muziektherapeute verbonden aan de adolescentenafdeling van het U.C. St.-Jozef te Kortenberg, zij is ook lesgever aan de opleiding muziektherapie aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst, campus Lemmensinstituut te Leuven.
Als muziektherapeute ben ik werkzaam op de adolescentenafdeling van het U.C. St.-Jozef te Kortenberg. Op deze afdeling verblijven jongeren tussen 13 en 18 jaar om zeer diverse redenen. Wat ze gemeen hebben is het feit dat het voor hen onmogelijk is om nog naar school te gaan en deel te nemen aan het dagdagelijkse leven. Muziektherapie is een onderdeel van het behandelingsprogramma dat hen op de afdeling wordt aangeboden.
In deze tekst zou ik u graag 3 jongeren en hun muziek voorstellen.
Het is mijn betrachting aan te tonen dat de muziek die zij zelf naar de muziektherapiesessie meebrengen niet enkel iets zegt over hun levensstijl, opvattingen en al datgene waarmee zij zich als adolescent noodgedwongen identificeren, maar ook over hun therapeutisch proces.
Ik geloof dat zij en heel hun geschiedenis op een bepaald moment in de muziek die zij op dat ogenblik kiezen klinken.
Ik wil benadrukken dat ik als muziektherapeut op een psychoanalytisch georiënteerde afdeling voor adolescenten deel uitmaak van een multidisciplinair team. Wat zich in de muziektherapiesessies afspeelt situeert zich in het geheel van het behandelingsprogramma van de patiënten.
Ik stel u Mauro, Anne en Julia voor en zal steeds aan de hand van een muziekstuk dat zij zelf kozen iets vertellen over wie zij zijn en wat er in de muziektherapie gebeurde.
De sessies die ik beschrijf zijn steeds groepssessies. De patiënten worden opgenomen en geobserveerd in de oriëntatiegroep en naderhand op advies van het hele team doorverwezen naar een meer specifieke behandelingsgroep.
Mauro is een 15 jarige jongen die op de afdeling wordt opgenomen o.w.v. ernstige gedragsproblemen. Hij wordt beschreven als eisend, gewetenloos, verbaal agressief en leugenachtig. Alle relaties die hij aangaat maakt hij vrij snel stuk, met zijn ouders en stiefouders, op school en in de instelling waar hij door de jeugdrechter werd geplaatst.
Tijdens de oriëntatieperiode is voornamelijk de zeer kinderlijke overdrachtsrelatie opvallend, die heeft niks seksueels noch adolescentairs. Hij tast de grenzen van het muziektherapeutisch kader af, maar blijft hierin redelijk. Hij verlangt er duidelijk naar om de band tussen ons goed te houden. Zijn bewegingsonrust is vaak storend, hij slaagt er niet in zijn lichaam in bedwang te houden. Uit de groepsimprovisaties blijkt dat hij niet in staat is om zelf een ritme vast te houden, maar wel makkelijk en adequaat functioneert in een groepsritme.
Wanneer Mauro inschakelt in een behandelingsgroep, blijft het kinderlijke op de voorgrond staan. Het ontroert, charmeert en ergert mij. In deze groep stelt hij zichzelf voor als gabber, een hardcorefreak. Hij zegt letterlijk: "als ik dat niet ben, ben ik leeg."
Gedurende de volgende sessies ontwikkelt zich een sterke overdrachtsrelatie. Er gebeurt veel, voornamelijk op een pre-verbaal niveau. Hij schommelt tussen een kinderlijke houding, scheldend of doorzichtig verleidend machogedrag en pure verwerping.
Aan het begin van een sessie kondigt hij trots aan dat hij muziek meebracht om samen met de groep te beluisteren. Hij geeft me de cd's en installeert zich voor mij aan een tafel. Hij legt een kussen op zijn stoel, duwt de leuningen van de stoel tot tegen de tafelrand en wringt zich daartussen. Onmiddellijk roept dit bij mij de associatie op van baby Mauro in een "kakstoel". Opnieuw ontroert hij mij. Hij lijkt mijn aandacht en bescherming nodig te hebben. Dan klinkt het nummer "Kim" van Eminem in het lokaal. Ik luister verlamd. Koude rillingen van afschuw lopen over mijn rug. Ik vind het gruwelijke muziek.
Tijdens de bespreking ontkent Mauro het agressieve van de muziek. Hij vindt dit nummer alleen maar grappig en lijkt ook te genieten van het gewelddadige dat voor hem in de muziek wordt ge-ensceneerd. Het is voor hem onmogelijk iets van mijn opmerkingen te aanvaarden of te integreren.
Dit herhaalt zich ook verder in de behandeling. De enige manier waarop hij zich verbaal kan uitdrukken is in grove scheldwoorden. Hij realiseert zich echter niet eens dat hij scheldt.
De kinderlijke overdrachtsrelatie blijft. Enerzijds is Mauro soms heel regressief, dan gaat hij liggen en laat zich wiegen door de muziek. Hij reageert op die momenten kwaad en koppig wanneer ik hem aan het einde van de sessie uit die regressieve beweging haal.
Anderzijds neemt hij een machohouding aan en is hij de man die de stereo probeert te herstellen en om mijn aandacht rivaliseert met de andere jongens in de groep.
Geleidelijk aan promoveert hij zichzelf tot mijn assistent; hij bedient de stereo-installatie, houdt de afstandsbediening vast en wil het geluidsvolume bepalen. Het agressieve wordt iets meer bespreekbaar.
Zolang hij letterlijk dichtbij blijft, als assistent, kunnen zijn agressie, woede en verdriet gedragen worden. Wanneer er ruimtelijk meer afstand is wordt het moeilijker, dan ontaarden improvisaties in lawaai of scheldpartijen.
Toch kan hij bijna altijd de goede band herstellen, o.a. door samen met mij piano te spelen. Hij vertrouwt erop, terecht, dat ik hem veel krediet geef en zijn uitbarstingen kan verdragen.
Kim is de naam van de ex-echtgenote van de zanger. Volgens de roddelpers zijn zij in een moeilijk en agressief echtscheidingsconflict verwikkeld. Het is duidelijk dat de zanger in dit nummer zijn woede en haat t.a.v. Kim op een eerder rauwe en impulsieve manier uitleeft.
Muzikaal gezien is "Kim" zeer eenvoudig, bijna kinderlijk, zowel harmonisch als melodisch. De muziek begint idyllisch met babygeluiden en gekir boven de wieg maar ontaardt al snel in een wrede echtelijke ruzie. Er wordt niet gezongen maar geschreeuwd. De man scheldt, zijn stem slaat over van woede en frustratie. Elk woord is als aanval en vernedering bedoeld. De tegenpartij, de vrouw wordt gespeeld door een man die met falsetstem gilt. Zij wordt op een karikaturale wijze angstig, onderworpen en smekend in scène gebracht. Dit geschreeuw en gegil wordt regelmatig onderbroken door een gezongen passage waarin de zanger op een repetitief melodische manier zijn ongenoegen uit. Ondertussen klinken op de achtergrond buiten-muzikale geluiden zoals voorbijrijdende auto's en het geritsel van struiken. De begeleiding is het hele stuk door vrij basaal, ze verbindt en draagt de verschillende passages en zorgt ervoor dat de luisteraar het stuk als muziek kan herkennen. De harde, ritmische drumslagen en de "babymelodie" blijven doorheen het hele stuk. Uiteindelijk hoor je hoe de vrouw vermoord wordt. Ook de hele klankproductie sterft geleidelijk aan uit. Eerst klinkt nog een zekere melodische begeleiding, zonder slagwerk, tot uiteindelijk slechts de heel suggestieve, niet-muzikale geluiden overblijven.
Het nummer heeft inderdaad iets theatraals en in die zin, zoals Mauro beweerde, heeft het ook iets grappigs. Vooral op het louter muzikale niveau, het kinderlijke, banale en ridicule van de muziek, is er een pervers soort humor merkbaar. Het doet me enerzijds denken aan een poppenkastvoorstelling waarin Katrijn met een koekenpan op het hoofd van Jan Klaasen slaat waarop de kinderen het uitgieren van de pret.
Anderzijds is het me opgevallen dat jongens met een eerder psychopathe, perverse persoonlijkheidsstructuur bijna zonder uitzondering kinderliedjes die op een ziekelijke manier muzikaal vervormd zijn naar de muziektherapiesessies meebrengen. Ik denk hier b.v. aan een houseversie van een gekend wiegeliedje waarbij op de achtergrond een man zijn huilende baby slaat. Deze jongens schaterlachen telkens opnieuw wanneer de muziek klinkt. Het is beangstigend.
Ook tijdens die sessie kan ik enkel verlamming en afschuw voelen. Ik begrijp op dat moment absoluut niet wat er grappig zou kunnen zijn. Ik ben gegrepen door de allesoverheersende agressie van het nummer en de kinderlijke, afhankelijke houding van Mauro. De zanger zingt zoals Mauro spreekt; scheldend en verwerpend. Na de muziek is het alsof Mauro uit zijn babystoel en uit de beleving stapt en mij de verwarring en ontsteltenis laat. Wat wil hij mij laten voelen?
Ik vermoed dat deze muziek een letterlijke herhaling is van de ruzies en agressie die hij als kind als getuige of fysiek meemaakte. De theatralisering van het agressieve in de muziek biedt hem de mogelijkheid om hiervan afstand te nemen. Het vroegere geweld en ook zijn eigen oncontroleerbare agressieve impulsen worden in de muziek geprojecteerd, gebanaliseerd en hierdoor gewoon grappig. Dat wat Mauro zelf niet kan dragen, de pijn en de onmacht projecteert hij naar mij. Hij is echter niet in staat om zich iets van wat ik hem verbaal probeer terug te spelen te aanvaarden. Het blijft buiten hemzelf, gewoon grappig.
Anne is een zestienjarig mooi, frêle meisje met grote donkere ogen. Na een ernstige suïcidepoging wordt ze op de crisisafdeling opgenomen. Ze wekt extreme bezorgdheid op bij het team en wordt daarom, tegen de regels van de afdeling in, rechtstreeks naar de oriëntatiegroep doorverwezen. Tijdens haar oriëntatieperiode is ze in de muziektherapiesessies eerder stil en onverschillig. Haar associaties bij de beluisterde muziek zijn donker en melancholisch, ze staan ook los van de muziek die klonk. Het lijkt zelfs alsof ze die muziek niet eens hoort. Anne improviseert motorisch, enkel vanuit de fysieke beweging van het slaan met hamertjes op de instrumenten. Ze lijkt weg te zinken in het ritmische, maar toch is alles wat ze doet zeer muzikaal. Soms speelt ze eventjes gekende stukjes op de piano, voor zichzelf.
Haar beginperiode in een behandelingsgroep, opnieuw een andere setting, verloopt moeilijk. In de groepsmuziektherapiesessies zit Anne te staren en lijkt zichzelf voortdurend te verliezen. Wanneer ik naar haar kijk zie ik pijn en voel ik me mee wegglijden. Ze draagt steeds een erg lange trui en neemt overal haar rugzakje mee. Hierin zitten, voorzover ik weet, verschillende boeken, o.a. van haar favoriet Shakespeare, en haar dagboek. Tijdens de sessies noteert ze in de kantlijn van reeds beschreven bladzijden van dit dagboek. Sommige bladzijden lijken mij trouwens met bloed beschreven. Af en toe gaat ze liggen en dan omklemt ze haar rugzakje met beide armen. Ze heeft ook een rituele manier om het lokaal binnen te komen: ze stapt tot het midden, stopt en wacht enkele seconden en gaat dan verder.
Ze lijkt op die momenten afhankelijk van de blik van de anderen. Er is echter geen contact, geen wederkerigheid, noch met mij, noch met haar medepatiënten. Wanneer ik met haar geconfronteerd word voel ik me altijd bezorgd, zelfs gealarmeerd.
In de loop van de behandeling verzacht echter mijn bezorgdheid. Ze blijft hetzelfde, wat bizarre gedrag stellen, maar het wordt theater, als voor mij in scène gezet. Anne is gewoner in haar houding en contact en vlotter in haar bewegingen. Ze heeft een sensuele en zeer hautaine uitstraling. Op verzoek van een jongen uit de groep speelt ze steeds aan het begin van de sessie haar gekende, en later ook zelf gecomponeerde, pianostukjes. Deze stukjes zijn technisch niet zo moeilijk. Opvallend echter is de slordigheid en nonchalance waarmee ze piano speelt. Ze houdt de rechterpedaal van de piano te lang ingedrukt en verwaarloost de structuur en het metrum van de stukken, b.v. herhaalt ze bepaalde muzikale zinnen of melodische figuurtjes meer dan in de originele partituur geschreven staat.
Haar groep begint steeds vaker te improviseren. Anne speelt schijnbaar ongeïnteresseerd perfect in het groepsritme onafgebroken melodische lijnen op de xylofoon. Ze blijft op de achtergrond, maar het valt me op dat ze samen met mij de groep muzikaal draagt. In deze ondersteunende positie concurreert ze onbewust met mijn stagiaire. Toch haakt Anne onmiddellijk af tijdens de improvisaties wanneer ze merkt dat we samenspelen, zij en ik. Op andere momenten speelt ze zo onhoorbaar zacht, dat elke andere klank brut klinkt en ik merk hoe de geluiden van buiten intrusief het muziektherapielokaal binnendringen.
In deze periode brengt Anne voor het eerst sinds haar opname zelf een cd mee om te beluisteren. Ze kiest het nr. "Elisabeth on the Bathroom Floor" van de groep Eels. De muziek raakt me, ze klinkt wat bizar en ijl, fragiel en pijnlijk. Zonder echt naar de tekst te luisteren, herken ik Anne erin.
Het nummer begint met een sobere gitaarsolo. De klank is licht vervormd en doet mij denken aan een kindermuziekdoosje. Het is vertrouwd en bevreemdend terzelfdertijd. De zanger zingt met heldere, ijle stem, zonder vibrato. Alhoewel ik het die sessie niet had gehoord, staat de tekst centraal en wordt ook zeer verstaanbaar gezongen. Geleidelijk aan voegen er zich, in crescendo, andere, meer omfloerste klanken bij die verwijzen naar strijkers of een engelenkoor. Zij verhogen enerzijds het bevreemdende effect, maar brengen ook iets troostends in de muziek. Ook dit muzikaal element wordt vrij statisch en amper gevarieerd gebracht.
De muziek eindigt onverwacht vals. De gitaarsolo en het koor breken uit hun rigide stramien en glijden naar elkaar toe in dissonanten.
Ook hier is het thema autobiografisch. De zanger zoekt een manier om om te gaan met de zelfmoord van zijn zus door zich in te leven in haar gedachten vlak voor ze sterft. Hij drukt haar wanhoop uit en haar onvermogen om verder te leven: my life is shit and piss, I think that I am going to a place where I am always high.
Men kan ervan uitgaan dat Anne met deze muziek ook haar eigen suïcidegedachten wil laten klinken. Tijdens haar hele behandeling lijkt ze te flirten met de dood: ze hongert zichzelf uit om een volgende zelfmoordpoging meer slaagkansen te geven, schrijdt door de gangen als een zombie, een levende dode, en maakt ons dodelijk ongerust. Ze dweept met Shakespeare en idealiseert de dode geliefde.
Ze lijkt ook haar geseksualiseerde lichaam te willen vernietigen, dat wat aan de controle van haar intellect waarmee ze pronkt ontsnapt.
Dit alles wordt weerspiegeld in de hele sfeer die er rond deze muziek en haar zanger hangt. Anne geeft me het rode cd-tje waarop een grafzerk staat getekend. De hoes en bijhorend boekje heeft ze niet bij, maar ook daarin wordt geflirt met ziekte en dood. De titel van het album "Electro-shock-blues" verwijst ondubbelzinnig naar psychiatrie, geesteszieken en hun behandeling. Identificeert ze zich met het beeld van de psychiatrische, gestoorde patiënt?
In het album krijgen het bizarre, het suïcidale, de doodswens zowel muzikaal als grafisch een kunstzinnige vorm. Vaak met veel gevoel voor humor, als cartoon of slogan, waardoor het allemaal van het beangstigende wordt ontdaan en dus banaler wordt.
Deze evolutie heb ik reeds bij Anne zelf beschreven: haar bizarre, psychotische gedrag dat zoveel angst en bezorgdheid oproept bij het hele team wordt in de loop van haar behandeling theatraler en meer narcistisch.
Opvallend is het moment in haar therapeutisch proces waarop Anne deze muziek laat klinken in de muziektherapiesessie. Na 8 maanden van stilzwijgen en onduidelijkheid brengt ze voor het eerst helder haar verhaal in de verbale groepspsychotherapie. De beginfase van haar behandeling werd ook daar gekenmerkt door de wazige, verontrustende sfeer die Anne creëerde, waarin ze dreigde psychotisch uiteen te vallen en de psychotherapeut niks anders kon dan dat psychotische bezorgd te verdragen. Plots spreekt ze dan met heldere stem en vertelt haar geschiedenis.
Dit is het moment waarop ze in de muziektherapie het muzieknummer introduceert, waarin de zanger tegen een achtergrond van een wazig engelenkoor met heldere stem zijn verhaal zingt.
We kunnen veronderstellen dat de omkadering: het behandelingsprogramma, het team Anne's verwarring en bizarre gedrag lang genoeg heeft ver- en gedragen om haar in staat te stellen uiteindelijk te spreken.
Uit haar verhaal blijkt dat ze o.a. fantasmatisch de plaats moet innemen van de verongelukte jongste zus van moeder, de dode geliefde.
Nu is ze echter in staat te beginnen rouwen om wat ze verloren is. Het verwoorden van haar levensgeschiedenis en fantasieën stelt haar in staat vorm te geven aan wat haar beangstigde en verwarde en het zo ook te verwerken.
De zanger zingt om de zelfmoord van zijn zus een plaats te geven, Anne gebruikt zijn lied om ook haar verhaal te laten klinken.
Julia is een zeer innemend, druk en impulsief meisje van 16 jaar. Ze is een opvallende ranke blonde verschijning met een stoer gabberkapsel en uitdagend ruige lederen en weinig verhullende kledij. Als kind stelde men bij haar de diagnose ADHD en een autismespectrumstoornis. Ondanks het feit dat ze hoogbegaafd is volgt ze een technische opleiding automechanica. Omwille van gedragsproblemen en na verschillende zelfmoordpogingen vindt men zowel thuis als op school de situatie onhoudbaar en via de jeugdrechtbank wordt ze naar onze afdeling doorverwezen.
In de muziektherapiesessies tijdens haar oriëntatieperiode profileert ze zich als intelligent, temperamentvol en enthousiast. Ze zingt, improviseert, praat, vraagt veel tijd, ruimte en aandacht en kan onmogelijk ergens bij stilstaan. Toch blijft het contact positief. Julia is enerzijds direct en kritisch, anderzijds ruimdenkend en relativerend.
Tijdens haar verblijf in de behandelingsgroep valt het op hoe ze haar therapeutische arbeid zelf doseert, hoe ze haar eigen grenzen en mogelijkheden aanvoelt en ernaar handelt. Dit betekent concreet dat ze onregelmatig aanwezig is in de sessies terwijl ze erop vertrouwt dat de band die ze met mij heeft opgebouwd in haar oriëntatiefase voldoende goed is om dit te dragen.
De inschakeling in een eerder makke, receptieve groep is confronterend voor Julia. Haar tomeloos enthousiasme voor het muziektherapeutisch aanbod wordt lamgeslagen door de passieve, agressieve reactie en houding van de andere groepsleden. Hierop trekt Julia zich depressief terug in zichzelf en is stil.
Wanneer ze in mijn cd-collectie snuffelt, vindt ze de filmmuziek van The Piano, die ze kent. Ze wil hieruit slechts een kort fragment beluisteren, "The heart asks pleasure first." Na het beluisteren vraagt ze om het te herhalen.
Vanaf dit moment is ze heftig, bijna obsessioneel met deze muziek bezig. Ondertussen wint ze terrein in de groep. Ze slaagt erin het improviseren opnieuw te installeren. Ze is verleidend naar de jongens, uit de hoogte en verwerpend naar mij toe: muziektherapie betekent niks voor haar.
Toch ontwikkelt het "piano"-thema zich doorheen haar verdere behandeling op verschillende niveaus:
Julia moduleert en varieert zelf het pianothema in de loop van haar muziektherapeutisch proces. Het is mooi wanneer ze haar laatste sessie, te laat, binnenstapt met de mededeling dat ze eigenlijk geen afscheid wou nemen, maar toch komt om "The Piano" nog eens te beluisteren en zo af te ronden. Ze luistert en speelt het vervolgens ook zelf op de piano. Dan gaat ze, te vroeg, weg.
Dit thema "The heart asks pleasure first" waarover hier sprake is, is een zeer korte pianosolo. Het meest opvallende is het gejaagde van de muziek. Ze is voortdurend zenuwachtig in beweging, nergens is er een rustpunt. Hierdoor lijkt de notenstroom oneindig en kan dan ook niet anders dan abrupt afgebroken worden.
De piano wordt hamerend, koud en mechanisch bespeeld, zonder enige interpretatie. Wel is er een duidelijke differentiatie tussen melodie en begeleiding. Hierdoor roept de muziek verschillende associaties op: enerzijds doodsdrift en dramatiek, het meegezogen worden in het pulsionele, in iets pijnlijks, anderzijds toch ook een gevoel van geborgenheid en veiligheid, van verdriet dat gedragen wordt door de muziek.
In de loop van de film wordt dit thema muzikaal gevarieerd, het wordt b.v. door blazers gespeeld als pittige, ritmische dansmuziek, of door strijkers meer zangerig en melancholisch. Later wordt het als een koraal gebracht, opnieuw voor pianosolo. De speelwijze is nu echter volledig anders. Het klinkt als een treurlied, de beweging in de linkerhand is grotendeels verdwenen en de melodie is sterk vereenvoudigd. De finale is een concertante versie van het oorspronkelijke solistische thema. Het wordt dus een pianoconcerto, waarbij de piano nog steeds centraal staat, maar wordt gedragen door het volledige orkest.
Zoals ik reeds beschreef brengt ook Julia een thema met variaties. Ze gebruikt het muziekfragment als excuus om in de muziektherapiesessies aanwezig te zijn en te experimenteren.Muziektherapie is immers stom en betekent niets voor haar, ze komt enkel o.w.v. de piano.
Het heeft ook iets obsessioneels, dat monomaan met de pianomuziek van The Piano bezig zijn. Ze wil absoluut piano kunnen spelen. Net zoals Ada, de hoofdfiguur uit de film, stort ze zich op maniakale wijze op het instrument en de muziek die ernaar verwijst.
The Piano wordt een typische vrouwenfilm of een zeer vrouwelijke film genoemd.
De belangrijkste thema's zijn inderdaad vrouwelijkheid en seksualiteit, twee belangrijke en conflictueuze thema's voor Julia en alle adolescente meisjes. Julia kleedt zich uitdrukkelijk verleidend, maar kiest op studiegebied voor automechanica, een traditioneel mannenberoep.
In het filmverhaal verkiest Ada sinds haar kindertijd niet meer te spreken, na een wat onterechte berisping van haar vader. Toch blijft ze ook in haar volwassen leven erg afhankelijk van hem. Haar moeder stierf immers kort na de bevalling. Haar weigering te spreken en haar onwettige dochter bemoeilijken haar zelfstandigheid. Het is haar vader die haar uithuwelijkt aan een ongekende man die ergens ver weg in de wildernis woont.
Ook Julia heeft een zeer ambivalente relatie met haar vader, die een zeer intelligente en ambitieuze man is en zijn dochter verkiest boven zijn echtgenote. Haar moeder is een eerder zwakke, depressieve vrouw met een psychiatrische geschiedenis.
Dit bemoeilijkt Julia's zoeken naar een positie t.a.v. haar moeder en het vrouwelijke.
De nabijheid wanneer we samen piano improviseren doorbreekt Julia's narcistische façade, maakt haar zachter en kinderlijker en verleidt mij tot meer moederlijke gevoelens. Ze brengt ook een keer een cd mee met muziek "uit haar moeders tijd". Ze zoekt een weg naar haar moeder en naar een andere manier dan de psychiatrische om zich met haar te kunnen identificeren.
Zoals Ada voelt Julia zich aangetrokken tot "wilde" mannen, ze heeft verschillende relaties op de afdeling, vaak met eerder domme en agressieve jongens.
Zoals Ada, wiens vinger door haar jaloerse echtgenoot wordt afgehakt, kan ook Julia o.w.v. concentratiestoornissen haar intellectuele capaciteiten niet ten volle ontwikkelen. Aan het einde van haar verblijf op de afdeling durft ze toch denken aan een studie voor burgerlijk ingenieur-architect, opnieuw een eerder mannelijke studierichting maar met een meer vrouwelijke specialisatie.
Zowel in de film als in Julia's therapeutisch proces staat het conflict tussen mannelijk en vrouwelijk en tussen het burgerlijk, rigide versus het vrije, primitieve centraal.
De muziek van het fragment is zoals Julia zelf is: onrustig, beweeglijk en gejaagd. Alhoewel ze in de muziektherapie wel afrondt, stopt ze haar behandeling vrij abrupt. Zoals in de muziek kan ze niet afronden maar enkel afbreken.
Het is duidelijk dat wat zich in de muziektherapie bij de verschillende patiënten heeft voorgedaan zeer verscheiden is.
Bij Mauro situeert het therapeutische zich op zeer primitief niveau, nog ver weg van het spreken, van enige symbolisatie. Hebben we hier te maken met een vorm van theatralisering? Zowel in het nummer van Eminem als in het verhaal van Mauro is er geen sprake van enige intrige, maar lijkt het te gaan om een puur synchrone gewelduitbarsting. Misschien kunnen we spreken van een zeer archaïsche vorm van sublimatie, als bijna letterlijke herhaling van datgene wat zich heeft voorgedaan. De afstandsname is echter zo gering dat we het amper een spel kunnen noemen. Kan het nummer "Kim" onder de noemer muziek gerangschikt worden?
Bij Anne en Eels daarentegen is er duidelijk sprake van muziek en symbolisering. In de muziek zelf en in het therapeutisch proces van Anne wordt de stap gezet naar het spreken, naar de taal. Met heldere stem nemen zij beiden afstand van het lijden dat in hun lichaam zindert en zingen het uit.
Het proces van Julia situeert zich in wat ze met de muziek doet. Ze speelt en varieert, zoals in de filmmuziek, het thema van de piano dat hier staat voor vrouwelijkheid en seksualiteit. Wat eerst louter in de muziek klonk wordt omspeeld en doorgewerkt. Zo biedt de muziek zelf een veilige ruimte om te ervaren en verder te zoeken.
Soms zucht ik inwendig wanneer mijn patiënten alweer cd's meebrengen naar de sessie. Het vraagt een grote openheid voor hun muziek en een alerte luisterhouding om te aanvaarden en te begrijpen wat ze communiceren.
Ik hoop met deze tekst enigszins aangetoond te hebben dat het zin heeft. Dat niet altijd, maar toch vaak in de muziek het verhaal van de adolescent klinkt.