Muziek als pharmakon
Ambiguïteit in de muziektherapie met verslaafde adolescenten
Anke Coomans

Een groep jongeren vult uiterst passief en onderuitgezakt in de zitzakken het muziektherapielokaal. Op de achtergrond -zeg maar voorgrond- klinkt hun muziek, die in elke noot, elk woord en elke klank verwijst naar hun drugswereld. Dit is het beeld dat me doet stilstaan bij het ambigue statuut van dit muzikale object en de overeenkomst ervan met de drugs. Het helende en het giftige aspect lijken hier zodanig met elkaar verweven dat het me aanspoort te zoeken naar de oorsprong van deze dualiteit, die belichaamd wordt in het 'pharmakon'.

Op alle haltes die ik aandoe op mijn speurtocht naar een duidelijke grens tussen de helende en de giftige component van zowel het muzikale als het verslavingsobject, wordt mij telkens een nieuwe dualiteit ten antwoord gegeven. Zo zal ik 'het geloof in de bereikbaarheid van het (verloren en dus onbereikbare) object' beschouwen als de basisidee van de verslavingspathologie in navolging van de theorie van psychoanalytica Ginestet-Delbreil.
In de idee zelf schuilt reeds een paradoxaal gegeven en dit zal inderdaad niet het laatste zijn dat ik op mijn speurtocht tegenkom.

Het is de specificiteit van de doelgroep die het hele gegeven een extra kleur en dimensie geeft. Door een uiterst dynamisch spel van overdrachten en tegenoverdrachten, projecties en identificaties, wordt er voortdurend een sterk appèl gedaan op de therapeut. Het aangewend worden als moeder- of vaderfiguur, als vrouw of volwassene, als muzikant, als structuur- en vormgevende instantie en nog zoveel meer, kleurt mijn zoeken, mijn vragen en mijn eventuele antwoorden doorheen het hele proces.

In mijn thesis schets ik de eerste tien sessies van het muziektherapeutische proces met Jelle. Vertrekkende vanuit het verslavingsgegeven wordt het geleidelijk aan duidelijk dat dit proces niet enkel en alleen draait rond het aspect van de verslaving, maar op een onderliggend niveau gestuwd wordt door een ander gegeven, nl. het trauma.
Het proces bestaat uit een balansverschuiving tussen deze twee componenten, waarbij het aandeel van het trauma naarmate het proces vordert groter wordt.
Interessant is het om te volgen hoe er op die manier een splitsing komt in mijn beleving van het proces. Zo zal er enerzijds een constante evolutie plaatsvinden die zich situeert op het latente overdrachtsniveau en die resulteert in synchroniciteit. Anderzijds zal er op het manifeste niveau, d.i. voornamelijk in de muzikale improvisaties, een verbrokkeling te merken zijn die voortkomt uit het traumatische gegeven dat hoe langer hoe meer gewicht in de schaal gaat leggen en hoe langer hoe meer aanwezig wordt gesteld.

Ook hier doet het stilstaan bij het begrip ambiguïteit me telkens opnieuw stuiten op nieuwe dualiteiten, paradoxale gegevens en begrippen die nauw aansluiten bij het 'pharmakon'. Het blijven in vraagstellen van elke ambiguïteit zorgt voor een voortdurende stimulans in mijn werk, maar zorgde er ook voor dat ik soms door de bomen het bos niet meer zag. Op zoek gaan naar een vorm luidde voor mezelf de opdracht bij het schrijven van mijn thesis en werd voor Jelle en mij de opdracht in het muziektherapeutische proces. Dit proces werd uiteindelijk de vorm voor mijn thesis, de thesis was echter niet de vorm voor het proces, daar was muziek voor nodig..