Als muziektherapeute werk ik in het Rust- en Verzorgingstehuis St. Bernardus in Bertem.
In het begin was het zeker geen evidentie om er muziektherapie op te starten. Ik stelde me regelmatig de vraag wat de meerwaarde was van
muziektherapie bij ouderen met een dementie. Mensen die aan de ziekte lijden, kunnen niet meer beter worden, dus was de eerste doelstelling
vanzelfsprekend een verbetering van de levenskwaliteit. Het werd een zoektocht waarbinnen ik me liet leiden door de personen met hun dementie.
Zij hebben me veel geleerd en leren me nog steeds wat de essentie is van muziektherapie. Ik leerde er het exclusieve karakter van het muzikale object
kennen. Ik kan er experimenteren en ondervinden omdat zowel de mensen met een dementie als het beleid van het RVT me hiertoe de kans geven. Deze
voordracht is dan ook een weergave van mijn persoonlijke zoektocht als muziektherapeut bij deze specifieke doelgroep.
Omdat men bij ouderen nogal snel over dementie spreekt, wil ik graag het begrip even kort toelichten.
Dementie kunnen we omschrijven als een syndroom. Verschillende symptomen moeten gelijktijdig optreden, wil men van dementie spreken.
Ten eerste zijn er symptomen van de eerste orde. Er moet sprake zijn van een globale uitval van het geheugen, afasie, agnosie en apraxie en de
cognitieve stoornissen moeten een samenhang vertonen. Dit wil zeggen dat stoornissen in het geheugen en taalstoornissen moeten samengaan.
Men moet het beloop van de ziekte nagaan omdat er immers sprake moet zijn van deterioratie en het is belangrijk dementie te onderscheiden van
andere psycho-pathologische aandoeningen.
Men spreekt ook over symptomen van de tweede orde, maar die zijn zeker niet typisch voor dementie. Het gaat dan om stemmingsstoornissen, stoornissen in de impulscontrole, lusteloosheid, besluiteloosheid en aandachts-en concentratiestoornissen. Meestal gaat dementie gepaard met een persoonlijkheidsverandering.
Voor het werk als muziektherapeut kunnen we beter dementie op een psychodynamische manier benaderen. Bij Rien Verdult, een Nederlandse
psychoanalyticus vond ik hiervoor een goed uitgangspunt. Hij focust zich voornamelijk op de persoonlijkheidsverandering die dementie met zich meebrengt.
Hij beschrijft dementie als een proces van in zichzelf keren of van toenemend isolement. Het contact met de buitenwereld wordt steeds minder
geïnspireerd door een wederzijds engagement. De externe dialogen van dementerenden zijn niet meer gericht op contact met de buitenwereld, maar zijn
nog uitsluitend een uitdrukking van een eigen, onbegrijpelijke wereld van in een eerste fase herinneringen en later enkel herbelevingen.
Uiteindelijk wordt het functioneren van een ernstig demente persoon gekenmerkt door een gebrek aan onderscheid tussen het zelf en zijn omgeving.
Net als een pasgeboren baby functioneert de ernstig demente persoon op een psychisch traumatisch niveau. Ernstig dementerenden ervaren op een
primitieve wijze. In deze bestaanswijze worden lichamelijke sensaties op geen enkele manier verbonden met een gevoel, noch worden ze gesymboliseerd.
In de muziektherapie geeft de muziek vorm aan de traumatische belevingen, en in sommige gevallen ontstaat er bovendien de mogelijkheid tot het
geven van een betekenis en het ontstaan van een gevoel dat de dementerende kan verwoorden.
Rien Verdult beschrijft het desintegratieproces in drie fases. De eerste fase omschrijft hij als de fase van het bedreigde ik. De dementerende
persoon voelt zich bedreigd. Het is een angstig gevoel van onzekerheid om wat haar te wachten staat. In deze identiteitscrisis staat het dreigend
verlies centraal. Het uiteenvallen van de identiteit is begonnen. De persoon met dementie moet dit alles verwerken als in een rouwproces. In deze
fase verblijven de meeste ouderen nog thuis, pas wanneer men naar een tweede fase toegaat, is meestal een opname in een RVT aangewezen.
Die tweede fase kan omschreven worden als de verdwaalde-ik fase. Het contact met anderen wordt gekenmerkt door aspecten uit het verleden.
De dementerende ervaart haar omgeving als erg chaotisch. De identiteitscrisis maakt plaats voor identiteitsverwarring. De dementerende geraakt
verdwaald in zichzelf. Het wordt steeds moeilijker om zich als autonome persoon van anderen te onderscheiden. Angst staat centraal in deze fase. De
persoon met dementie vindt geen woorden meer om uit te drukken wat ze voelt.
Enkel door vorm te geven aan de lichamelijke sensaties waarvoor ze geen woorden meer heeft, kan de angst gereduceerd worden.
Een derde fase binnen het proces van desintegratie noemt Verdult de fase van het verzonken ik. We kunnen deze gesteldheid vergelijken met de psychische
toestand waarin een zeer kleine baby zich bevindt. Primaire levensbehoeften als eten, drinken, rust en warmte geven haar veiligheid. Sensoriële en
motorische prikkels vormen het enige contact met de buitenwereld. In de fase van het verzonken-ik ervaart men de wereld op een traumatische wijze.
Zoals een moeder alle sensoriële indrukken voor haar baby vorm en betekenis geeft. Zo zal de muziektherapeut ook functioneren als hulp-ik voor de
dementerende in een verzonken-ik fase.
Doorheen mijn werk stelde ik vast dat je de fases niet kunt voorstellen als opeenvolgende periodes op een tijdslijn. Het desintegratieproces verloopt niet lineair maar eerder episodisch. Periodes van het bedreigde ik worden afgewisseld met periodes van het verdwaalde-ik en naarmate de tijd vordert, worden fases van het verdwaalde-ik afgewisseld met episodes van het verzonken-ik. Naarmate het aftakelingsproces zich voltrekt, zal de dementerende zich aan het einde enkel in de verzonken-ik fase bevinden.
Muziektherapie kan in elke fase een specifieke rol spelen. Het belangrijkste in het hele proces is te luisteren naar wat de dementerende aangeeft.
Als muziektherapeut reik je mogelijkheden aan en naargelang haar eigen behoeften op dat ogenblik zal de dementerende persoon grijpen naar wat
aangereikt wordt. Ze maakt gebruik van die elementen die nodig zijn als houvast binnen het proces van identiteitsverlies dat ze ondergaat.
Als muziektherapeut stel je jezelf op als een goede moeder. De ervaring zelf moeder te zijn heeft me doen inzien hoe vanzelfsprekend je de
behoeften van je baby aanvoelt en hoe je intuïtief mogelijkheden aanreikt waardoor je baby een identiteit kan ontwikkelen. Een baby grijpt naar die
dingen die hij nodig heeft om een unieke persoon te worden. In een omgekeerde beweging grijpt de dementerende ook naar die elementen die ze nodig
heeft om het proces van identiteitsverlies te ondergaan.
Hoe muziektherapie kon bijdragen tot houvast in het desintegratieproces, mocht ik ontdekken gedurende 91 sessies met een vrouw tussen 93 en 96 jaar.
Julieke is al een jaar in het rusthuis als ik haar leer kennen. Na een val waarbij ze haar elleboog brak werd ze via het ziekenhuis in het RVT
binnengebracht. Sinds een tweetal jaar had men bij haar dementie vastgesteld. Toen ze nog thuis woonde vergat ze wel eens het gasvuur af te zetten,
verstopte ze haar geld en vond het niet meer terug en enkele keren per dag belde ze naar de dokter en de kapper om een afspraak te maken die ze al
gemaakt had. Verder functioneerde ze nog goed. De vertrouwde omgeving van haar eigen huisje, de buren en haar familie maakten dat ze de bedreigde-ik
fase in het dementieproces kon hanteren. Langzamerhand werd Julieke thuis angstiger. Ze ervaarde dat ze geen controle meer had op de gebeurtenissen
en dat alles wat haar vroeger zo vertrouwd was nu vreemder werd. Ze vroeg zelf wel eens om naar een rusthuis te gaan. De val heeft die opname bespoedigd.
Het eerste jaar in het rusthuis was Julieke nog erg mobiel. Ze wandelde door de gang en babbelde veel met andere bewoonsters. Minder en minder kon
Julieke zich oriënteren in tijd en ruimte en haar mobiliteit ging sterk achteruit. Om het valrisico te beperken werd door het verpleegkundig team
beslist Julieke in de zetel te fixeren met een voorzettafeltje. Sindsdien is Julieke vaak onrustig, roept ze veel en klampt ze iedereen aan die
voorbijkomt.
Haar hele lichaam straalt angst uit.
Om haar te helpen de angst een plaats te geven, wordt besloten muziektherapie te starten.
Sessie 1
Julieke spreekt mij aan zoals ze ook alle anderen die voorbijkomen aanspreekt. Met een waterval van woorden vertelt ze dat ze zich niet goed voelt.
Ik vraag haar of ze bij mij wil komen zitten om haar verhaal te vertellen. “Graag”, antwoordt ze.
Wanneer ik haar zou vragen of ze naar muziektherapie wil komen, zou ze wellicht neen antwoorden. Ze kent het niet en dementerenden voelen zich meestal
onveilig als ze geconfronteerd worden met iets onbekend. Ik rijd haar zetel naar de muziektherapieruimte. Julieke ratelt aan een stuk door. Ze herhaalt
regelmatig dat ze vanalles voelt maar dat ze niet weet wat er aan de hand is. Ze begrijpt niet waarom ze achter een tafeltje in de zetel zit en met
wijd opengesperde ogen zegt ze me: “Vastzitten is mijn dood.”
Na de sessie voel ik me overdonderd. Ik had op geen enkel ogenblik de mogelijkheid om muziek, laat staan muziektherapie ter sprake te brengen. Ik
kreeg de dwingende rol van Julieke naar haar luisteren. Ze voelt zich onveilig en doet een appel naar de omgeving. Ze wil dat iemand naar haar luistert.
Lichamelijke sensaties waaraan ze geen vorm kan geven, overspoelen haar en omdat ze steeds minder woorden vindt om uit te drukken wat ze voelt, raakt
ze in paniek. Ze doet me denken aan de drang die baby’s hebben naar moederlijke zorgen. Samen met het team vraag ik me af hoe we Julieke kunnen
begeleiden in het aftakelingsproces en haar veiligheid kunnen bieden zodat ze zich beter voelt.
Sessie 2
In sessie 2 nodig ik Julieke uit bij mij te komen zitten. Ze is blij en wil graag meegaan. In het muziektherapielokaal laat ik haar plaatsnemen
achter de piano. Ze kijkt me aan en lacht. “Zingen doe ik graag” zegt ze. Het zien van de piano wakkert bij haar een zeker enthousiasme aan. Ze vertelt
dat ze ’s zondags in de mis zingt in haar parochie. Hoewel ze nu al een jaar in het rusthuis verblijft, lijkt het voor haar nog alsof ze elke zondag
gaat zingen. Ik speel het bekende lied: daarbij die molen. Het metrum van het lied baseer ik op Juliekes ademhaling en de bewegingen van haar lichaam.
Met de muziek tracht ik haar lichaam in beweging te brengen.
Na het lied is Julieke trots op zichzelf.
Ik hef nog enkele oude liederen aan en telkens wanneer ze de tekst niet meer kent, stokt haar ademhaling, fronst ze haar wenkbrauwen en versnelt
haar hartslag. Wanneer ze de tekst wel nog kent, glundert ze, ademt ze rustig en verdwijnt de frons op haar voorhoofd. Het lijkt alsof ze door angst
wordt overspoeld telkens wanneer ze geconfronteerd wordt met haar verloren gegane herinnering. Ze zegt er niets over maar zingt verder. De melodie die
ik verder speel op het klavier geeft haar de mogelijkheid verder te gaan en niet te stoppen bij de gaten in de tekst.
Uit zichzelf zet Julieke een nieuw lied aan. Ik ken het niet maar zij kent het perfect. Om het positieve deel dat door muziek in haar werd
aangewakkerd te bevestigen en te versterken, vraag ik haar het lied enkele malen te herhalen zodat ik het kan opschrijven. Ze leert me het lied en om
af te sluiten zingen we het lied samen met begeleiding.
De sessies die erop volgen zingen we vaak Juliekes lied “Te Lourdes op de bergen” Het gebeurt nooit dat ze de tekst vergeet. Het lied representeert het nog gezonde en intacte deel van haar persoonlijkheid. Ik besluit dit deel zoveel mogelijk aan te spreken omdat ik op dit ogenblik met de verloren delen geen raad weet.
Enkele weken later verliest Julieke een stukje uit de tekst “Te Lourdes op de bergen.” Ze is overstuur. Ze stopt het zingen en vertelt een met angst beladen verhaal dat ik kort samenvat. “In de oorlog kwamen de Duitsers ons hele gezin halen maar we konden nog net op tijd vluchten. 7 dagen hadden we opgesloten gezeten in de kelder zonder eten of drinken. Ik heb er doodsangsten uitgestaan.”, vertelt ze me.
Hier gebeurde iets bijzonders. Het verlies van de tekst van een voor haar zo goed gekend lied deed haar terechtkomen in een angstvolle, paniekerige
toestand, maar tegelijkertijd ontstaat er een beeld en een verhaal. De angst die haar overspoelde bij het wegvallen van dat kleine puzzelstukje
resoneerde met de angst die ze doorstaan had bij het onderduiken in de oorlog. De doodsangst die ze toen heeft ondergaan is van dezelfde kracht als
de doodsangst waarmee ze nu geconfronteerd wordt. Ik luister naar haar verhaal.
Door het klinken van de muziek werd Juliekes lichaam in beweging gebracht. Het resoneerde mee op een traumatisch niveau of zoals Jos de Backer en
Jan van Camp het zo mooi verwoorden: “De innerlijke structuur van muziek, de vormen die inherent zijn aan het sonore object produceren een herinnering
zonder beelden, een onvoorstelbare herinnering. Bovendien kan de muziek een beeld doen ontstaan en kan een ervaring in de volle betekenis van het woord
tot stand komen. Julieke praat over de schrik die ze had, en wellicht nu ook heeft. De angst verlamt haar niet enkel, ze kan erover vertellen.
Hierna volgt een periode waarin iedereen zou zeggen dat ze zich in de verzonken-ik fase bevindt. Ze is helemaal in zichzelf gekeerd. Zoals een baby
van enkele weken, zo verloopt haar contact met de buitenwereld. Enkel sensorische en motorische prikkels vormen haar contact met de omgeving. In deze
periode probeer ik via piano-improvisatie gebaseerd op Juliekes lichaamstaal contact met haar te vinden, maar helaas, elke poging die ik hiertoe
onderneem, mislukt. Julieke is afwezig en suf en er is geen enkel initiatief tot contact.
Enkele weken later echter is de sufheid weg. Julieke praat weer maar is vaak onrustig.
In muziektherapie zing ik terug het lied “Te Lourdes op de bergen”. Julieke is verschillende stukken in de tekst vergeten, maar waar ze vroeger door
angst werd overspoeld, vult ze nu de lege stukken op met nonsens-taal. Na afloop zegt Julieke: “’t is gek, de tekst vergeet ik wel, maar de melodie die
blijft.”
Het lied takelt af maar in plaats van de leegte die ontstond bij de haperingen, treedt er nu een reparatie op van het verloren deel. Ze vult
gewoon aan met nonsens-taal.
Met de zin: “de tekst vergeet ik, maar de melodie blijft”, verwoordt Julieke bovendien de ervaring van enkele weken geleden. Ook al was de tekst weg,
toch bleef de muziek klinken, ook al vallen er delen uit mijn persoonlijkheid weg, toch blijf ik leven. Bovendien wijst Jullieke mij de weg.
Vanaf nu zingen we het lied niet langer op tekst maar met woorden die ons tebinnen schieten. Een aantal weken verlopen de sessies op deze wijze.
Ongeveer 1 jaar nadat muziektherapie bij Julieke was opgestart, ontstaat een nieuwe ervaring. Bij het horen van de eerste pianoklanken begint
Julieke te huilen. Ze zegt dat ze verdrietig is om wat met haar gebeurt. “Ik ben oud en versleten, ik kan niets meer”, zegt ze. Ik verlaat de gekende
melodie en improviseer voor haar, haar lichaamstaal die door het huilen verdriet aangeeft, gebruik ik als basis voor de improvisatie. Van de gekende
melodie blijven nog slechts klanken over. Klanken die meeresoneren met Juliekes verdriet. Nu waren het nog slechts klanken die bij haar een ervaring
deden ontstaan, de ervaring van verdriet om wat haar overkomt.
In een volgende sessie zet Julieke het lied “Te Lourdes op de bergen” zelf aan met de tekst. Ze vergeet veel stukken maar vult die op haar eigen
manier aan. Na afloop vertelt ze over haar dementie. “Soms zijn er dingen die ik niet meer weet”, zegt ze, “en dat maakt me bang. Ik ben verdrietig om
wat me overkomt.”
Wat enkele maanden geleden ondenkbaar was, gebeurt nu. Julieke praat over haar eigen aftakelingsproces.
Aan de lichamelijke sensaties waaraan Julieke onderworpen is en die het gevolg zijn van het desintegratieproces werd enkele maanden geleden vorm
gegeven binnen het lied “Te Lourdes op de bergen” Nu geeft ze ook een betekenis aan het verlies. Ze praat over het verdriet dat het verlies met zich
meebrengt. Het zingen van het kapotte lied doet bij Julieke een ervaring ontstaan. Door het zingen van het niet meer intacte lied geeft ze vorm aan de
lichamelijke sensaties die haar overspoelen. Enkel door deze vormgeving kon een gevoel ontstaan, het gevoel van verdriet. Julieke wist niet dat ze
verdrietig was, voor de omgeving was ze onrustig. Het klinken van het kapotte lied deed het beeld ontstaan van “de niet meer intacte Julie”. De
lichamelijke sensaties krijgen een betekenis en de angst verdwijnt.
Nu ontstaat er een periode van veel lichamelijke klachten. Julieke voelt dat ze niet meer kan en heeft verdriet om haar ziekte. Dit komt telkens opnieuw ter sprake in de muziektherapie.
Omwille van zwangerschapsverlof zie ik Julieke enkele maanden niet.
Als ik terugkom verlopen de sessies als volgt.
Ik zing en speel samen met Julieke en na afloop applaudisseert ze. Ik gebruik nog altijd gekende melodieën die we dan zelf invullen. Elke keer zegt
ze dat ik veel vooruitgegaan ben. Ze heeft een manier gevonden om met het verdere dreigende verlies om te gaan, ze controleert het in mij. Mijn
vooruitgang compenseert haar achteruitgang.
Wat later heeft Julieke terug een periode waarin ze erg in zichzelf gekeerd is, suf en slaperig. Ik improviseer voor haar en Julieke laat het toe.
Ze praat nog zeer sporadisch maar zegt me dat ze geen schrik meer heeft. “Ik heb een mooi leven gehad zegt ze, maar nu gaat het niet meer.” Ik mag voor
haar spelen maar na een tijd wil ze niet meer. “Ik wil liefst stilte”, zegt ze.
Ik neem haar niet meer mee naar muziektherapie, maar op het moment dat ze normaal zou komen, ga ik in stilte naast haar zitten. Ze blijft in bed en
is suf en in zichzelf gekeerd. Na enkele weken sterft ze. Het lied is uit.
Muziektherapie heeft Julieke een houvast gegeven binnen het desintegratieproces. Het lied dat spontaan bij haar ontstond op het moment dat ze alle controle dreigde te verliezen, werkte als een transitioneel object. Ze droeg het bij zich om zo het proces van afscheid nemen draaglijk te maken. Als therapeut was ik enkel aanwezig om Julieke te laten zijn wie ze was. Net zoals ik als moeder voor mijn zoontjes zorg, stelde ik me op voor haar. Via de muziek trachtte ik bij haar de affecten te herkennen, er vorm aan te geven en er op een gepaste wijze op te reageren. Zo vond Julieke de mogelijkheid de sensaties die haar overspoelden te verklanken en vorm te geven. Dit gaf haar de mogelijkheid het verlies te dragen. Ze wilde in stilte afscheid nemen. Haar woordenvloed van de eerste sessie mondde uit in stilte, de allesdragende stilte.