Uit het leven gegrepen...
Els Remy

Enkele maanden geleden zag ik bij mijn vrienden een tekst liggen met de titel “levensvragen”. Toen ik verder las, stonden er vragen als: “waarom staat het woord woordenboek in het woordenboek?” en “ als je van zwemmen slank wordt, waarom vermageren walvissen dan niet?” Telkens opnieuw schoten deze vragen mij te binnen en stilaan begreep ik waarom. Ze confronteerden me met een breuk tussen logica en realiteit, een breuk tussen de werkelijkheid zoals we ons die voorstellen en de realiteit. Net zoals de bewoners waarmee ik werk in het RVT St.-Bernardus in Bertem dat doen.

Levensvragen

Voor ouderen betekent hun verhuis naar een rust-en verzorgingstehuis het begin van een nieuwe en tegelijk ook laatste levensfase. Veel van hen worden in deze fase geconfronteerd met het grote verschil tussen het leven zoals ze het zich voorgesteld hadden toen ze jong waren, en het leven dat ze werkelijk geleid hebben. Dat roept onvermijdelijk vragen op, niet alleen bij de bewoner, maar zeker ook bij de hulpverleners. Want dingen in vraag stellen hoort nu eenmaal bij het leven en werken in een RVT.

Eén van de vragen die telkens terugkeert is de vraag wat logisch is. Zo vond ik het vroeger bijvoorbeeld heel logisch dat ik een extra trui aandeed als ik het koud had. Tot ik Mariette leerde kennen. Zij trekt geregeld een extra kleed aan als ze het koud heeft. Toen ik haar op een dag vroeg waarom ze een tweede kleed aandeed in plaats van een trui, keek ze me stomverbaasd aan. “Als ik een trui aandoe, krijgen mijn benen het toch niet warmer!” Logisch.

Een andere vraag die we ons vaak stellen is de vraag wat noodzakelijk is. Aangezien we de bewoner zoveel mogelijk zeggenschap over zijn leven willen geven, leggen we enkel iets op wanneer dat echt noodzakelijk is. Maar wat is noodzakelijk? Het is voor iedereen bijvoorbeeld duidelijk dat een gezonde voeding levensnoodzakelijk is. Maar is het echt zo noodzakelijk dat we een bewoner die elke dag aardappelen met vis en mayonaise wilt eten moeten verplichten af en toe fruit en groenten te eten?

Maar de belangrijkste vraag die iedereen zich vroeg of laat stelt is de vraag wat is leven? Nog zo’n vraag waarop je geen eenvoudig antwoord kan geven.

Leven is...

Volgens velen is leven een thuis hebben, gaan werken, een gezin stichten, tijd maken voor ontspanning en zelfontplooiing. In dat geval hebben onze bewoners geen leven meer. Ze ruilen hun thuis in voor een kleine kamer. Ze kunnen niet meer werken of voor hun gezin zorgen en de tijd van zelfontplooiing is al lang voorbij. Op het einde van hun leven moeten ze al deze dingen loslaten. Ze nemen stap voor stap afscheid van hun autonomie en in het geval van dementie van hun identiteit. Toch weten zij als geen ander wat leven echt is.

Leven is: ontmoeten

Ontmoeten bestaat niet toevallig uit ‘ont’ en ‘moeten’. In tegenstelling tot jongeren ‘moeten’ ouderen niet meer studeren, werken, voor hun gezin zorgen enz. Maar dat is niet het soort ont-moeten dat ik bedoel. Ont-moeten is bepaalde verwachtingen en regels die opgelegd worden door onze maatschappij loslaten. De kunst van het ont-moeten is vooral voorbehouden voor mensen die aan het einde van hun leven staan omdat ze op dat moment vanuit een ander perspectief naar het leven kijken, naar wat moet en wat niet moet. Dankzij het ont-moeten, kunnen ze zich onvoorwaardelijk openstellen voor de ander en zich laten raken door het ‘zijn’ van de ander. Dat is ontmoeten. Dat is leven.

Leven is: er zijn tot op het einde

Leven is gelijk aan ‘zijn’. Maar wat is ‘zijn’? Spontaan denk ik dan aan de uitspraak van Descartes “ik denk dus ik ben”. Een gedachte die me steeds gefascineerd heeft omdat ikzelf het meest ‘ben’ op momenten dat ik niet denk. Ook in de taal wordt ‘zijn’ niet zozeer met denken verbonden maar met voelen. Gelukkig zijn, verdrietig zijn, bang zijn, boos zijn en ga zo maar door. Als ‘zijn’ verbonden is met voelen dan betekent ‘er zijn’ samen voelen, nabij zijn. Dat is de kern van leven.

Zonder het te beseffen leerden de bewoners me niet alleen wat leven is. Ze leerden me ook wat muziektherapie is. Want dankzij hen realiseerde ik mij hoe nauw muziektherapie verbonden is met leven. Muziektherapie is echt uit het leven gegrepen.

Muziektherapie is ...

Muziektherapie is: ontmoeten

Net zoals mensen op het einde van hun leven vanuit een ander perspectief kijken naar het leven, doen ook muziektherapeuten dat. We hanteren een muziektherapeutisch kader en  kunnen hierdoor bepaalde regels en verwachtingen loslaten. Zo ‘moeten’ bewoners of patiënten zich bij ons niet “gedragen” of “beheersen”. Dankzij dit ont-moeten wordt ontmoeten mogelijk waar dat in andere situaties niet mogelijk is. Langs de andere kant is een muziektherapeutisch kader natuurlijk ook een geheel van bepaalde verwachtingen en regels. Dat verhindert ons soms om voldoende te ont-moeten om ontmoeten mogelijk te maken. Daarom is het belangrijk dat we af en toe onze muziektherapeutische regels en verwachtingen even tussen haakjes durven plaatsen waar dit noodzakelijk is om een eerste ontmoeting mogelijk te maken. Dat leerde ik van Robert.

Robert is een man van zeventig jaar die elke dag televisie kijkt. Of beter gezegd, de hele dag voor zich uit staart naar het scherm waar allerlei beelden elkaar in een razendsnel tempo opvolgen. Men heeft al op verschillende manieren geprobeerd om contact te leggen met Robert, maar meestal mislukt dat omdat hij steeds moeilijker kan spreken en zich meer en meer afsluit voor zijn omgeving. Genoeg redenen dus om muziektherapie op te starten.

Ik klopte bij Robert aan, ging binnen en stelde mezelf voor. Geen reactie. Ik vroeg of ik bij hem mocht komen zitten. Aangezien hij op geen enkele manier duidelijk maakte dat hij dat niet wenste, ging ik in stilte bij hem zitten. Maar het was enkel een uitwendige stilte. Inwendig speelden er steeds meer vragen door mijn hoofd. Moet ik hem niet meenemen naar het muziektherapielokaal? Moet ik mijn gitaar niet halen? Of moet ik misschien neuriën voor hem? Duizend en één aspecten van het muziektherapeutisch kader doorbraken mijn stilte met als resultaat dat Robert voor zich uit bleef staren alsof ik er niet was. Ik realiseerde me dat ik me niet onvoorwaardelijk kon openstellen voor hem waardoor een ontmoeting eigenlijk onmogelijk was. Een van de volgende weken volgde ik mijn intuïtie en stelde aan Robert voor om naar buiten te gaan. We zaten samen te genieten van de zon in stilte. Deze keer een echte stilte. Na een tijd keek Robert me aan en glimlachte. Voor het eerst konden we elkaar ontmoeten.

Maar ontmoeten is meer dan je onvoorwaardelijk openstellen voor  elkaar. Of in meer therapeutische termen iemand benaderen met een leeg voorhoofd en een vol achterhoofd, zoals ik dat deed bij Robert. Ontmoeten veronderstelt dat je je laat raken door het zijn van de ander. Dat ervaarde ik bij Nelly.

Nelly, een relatief jonge vrouw,  kan enkel haar linkerarm en hand bewegen. Van mijn collega vernam ik dat ze piano speelde. Vol verwachting nodigde ik haar de eerste keer uit om samen met mij piano te spelen. Maar Nelly verroerde geen vin. Ik realiseerde me dat ik met te veel verwachtingen naar haar toe was gegaan. De volgende sessies slaagde ik erin deze verwachtingen los te laten en me onvoorwaardelijk open te stellen. Ik nodigde haar nog steeds uit om te improviseren, maar liet haar echt de keuze. Als ze niet op mijn uitnodiging inging, speelde ik piano voor haar, verwoordde eventuele beelden en associaties bij de muziek of zaten we in stilte bij elkaar. Geleidelijk aan groeide er een sterke band en werd ik meer en meer geraakt door haar zijn. Een manier van zijn die ik niet kon verwoorden maar enkel kon aanvoelen en verklanken. Toen ik dat verwoordde voor Nelly, rolde er een traan over haar wangen. Na al die tijd hadden we elkaar voor de eerste keer echt ontmoet.

Muziektherapie is: er zijn tot op het einde

In muziektherapie creëren we niet enkel een ruimte waar ontmoeting mogelijk wordt, er ontstaat een ruimte waarin we kunnen zijn, kunnen voelen. Een ruimte waarin de bewoner alle emoties die tot dan toe geen plaats hadden mag toelaten en vormgeven. Vaak gaat het over een enorm groot verdriet, vernietigende angst, immense machteloosheid enz. Gevoelens die gepaard gaan met afscheid nemen van je thuis, je autonomie en, in geval van dementie, van je identiteit. Maar er is even goed ook plaats voor hoop, vreugde en geluk. In de muziek klinken alle mogelijke belevingen van de bewoner. Op die manier geeft hij vorm aan zijn leven en kan hij stap voor stap dat leven loslaten.

Op haar kamer of in de living was Jeanne altijd aan het lachen. Ze stond steeds klaar met een grap of een humoristische opmerking en was vanzelfsprekend graag gezien. Maar in de eerste sessie zei ze tussen het grappen door dat ze voor het ongeluk geboren was. En dat ongeluk klonk in haar pianoimprovisatie. Het was een stroom van klanken die eeuwig kon voortgaan, zonder begin, zonder einde. De improvisatie had geen duidelijk vorm, net als het ongeluk waar ze nog geen woorden voor had. Na maanden waarin Jeanne eerst grappen maakte en vervolgens het ongeluk verklankte, veranderde er iets. Jeanne luisterde meer en meer naar mijn aandeel in de improvisatie en voelde nu telkens het einde van de improvisatie aan. De slotcadens die tot dan toe nooit toegelaten werd, mocht nu telkens de improvisatie beëindigen. Geleidelijk aan kreeg het ongeluk meer vorm en kont er ook wat geluk klinken in de muziek. Alle aspecten van het leven, de vele vormen van geluk en ongeluk, kregen een plaats in de muziektherapiesessies. Enkele weken later overleed Jeanne. Het was alsof ze pas afscheid van het leven kon nemen, nu dat leven met al zijn nuances had mogen ‘zijn’.

Als dat laatste afscheid zich aankondigt, het sterven, is het zeer belangrijk dat de bewoner  voor een laatste keer echt samen kan zijn met zijn familie. Maar dat samen zijn wordt vaak verstoord door een groot gevoel van machteloosheid bij de familie. Tot dan toe konden ze hun vader of moeder nog eten of drinken geven, af en toe een woord of een blik uitwisselen, hun kussen wat opkloppen enz. Maar tijdens de laatste levensuren valt dat allemaal weg. Wat kan je nog zeggen? Wat kan je nog doen? Niets, helemaal niets. Behalve er zijn voor je vader of moeder tot op het einde.

Maar dat is niet zo eenvoudig. Op een moment waarin je zelf geconfronteerd wordt met duizend-en-één onuitspreekbare gevoelens, een moment waarop je het het liefst zou uitschreeuwen, nog honderden dingen zou willen vertellen, kan je enkel nog in stilte er zijn.

Voor vele mensen is dat ondraaglijk en biedt muziektherapie een uitweg.

Door zachte muziek te spelen die gebaseerd is op de ademhaling van de bewoner, leg ik contact. De muziek wordt een leidraad, zodat alle andere dingen even opzij gezet worden. Geen grote levensvragen meer, geen verlammende stilte, enkel nog muziek. Rustige muziek die meedeint op het ritme van de bewoner. Muziek die de familie meeneemt naar het vredige gevoel van iemand die aanvaardt dat zijn/haar leven binnenkort zal eindigen. Via muziek kan er een ruimte ontstaan waarin de bewoner en zijn familie voor de laatste keer samen zijn, zonder woorden.

Wanneer een bewoner steeds meer wegzakt en echt contact ook via muziek niet meer voelbaar is, kan muziektherapie toch zeer veel betekenen. In muziektherapie is niet langer de lichaamstaal van bewoner de basis voor de muziek, maar de non-verbale signalen van de familie. Voor hen wordt het nakende afscheid steeds voelbaarder en dat gaat gepaard met veel emoties die niet altijd uitgesproken kunnen worden. Als muziektherapeute verklank ik deze onuitgesproken gevoelens zeer voorzichtig in mijn improvisatie. Met mijn muziek draag ik de familie, geef  vorm aan hun verdriet, hun pijn, hun onmacht en de liefde die onverwoord bleef. Door de muziek worden de mensen weer in contact gebracht met zichzelf en met elkaar. Muziektherapie schept een sterke band waaruit iedereen nog lang kracht kan putten.

Maria, uit het leven gegrepen

Wanneer ik op de wooneenheid kom, voel ik direct dat er iets gaande is. Ondanks de opwinding rond het sinterklaasfeest, hangt er ook een heel andere sfeer:  Maria ligt op sterven. Ik ga haar kamer binnen en tref haar dochter en schoonzoon wanhopig aan naast het bed. Maria is heel onrustig, haar ademhaling gaat moeizaam en ze ligt al uren met haar ogen gesloten. Voor haar familie is het ondraaglijk zo machteloos te moeten toekijken. Ze worden overspoeld door hevige emoties waar ze geen woorden voor vinden en voelen zich overgeleverd aan een duizelingwekkende stilte die hun angst aanjaagt. Als ik voorstel om wat muziek te spelen voor Maria, stemmen ze aarzelend in. Ze zijn op een punt dat ze met alles zouden akkoord gaan, als er maar iets gebeurde.

Ik neem mijn gitaar en zet me naast Maria. De familie kijkt gespannen toe en wacht af. Na een korte stilte improviseer ik zacht op het ademhalingsritme van Maria. Nadat de eerste spanning bij de familie en mij wegebt, begin ik zacht te neuriën. De muziek neemt ons allemaal mee. De ademhaling van Maria wordt rustiger, haar gelaatsuitdrukking ontspant en ik voel hoe mijn stem haar bereikt en een houvast biedt. Na een half uurtje zing ik voor Maria

dat we afscheid moeten nemen maar dat ik morgen zal terugkomen. Als de laatste noot wegsterft, opent Maria haar ogen en kijkt me zeer indringend aan.

De volgende dag spreken de dochter en schoonzoon me terug aan. Zou ik alsjeblief weer muziek willen spelen voor Maria? Als ik de kamer binnenkom, zitten er een vijftal mensen rond Maria. De sfeer is gespannen, de meesten weten geen blijf met zichzelf en hun verdriet.

Ik improviseer voor Maria maar voel dat het contact van de vorige dag weggeëbd is. De muziek kan voor haar niet meer evenveel betekenen als gisteren, maar des te meer voor haar familie. Ik improviseer nu voornamelijk voor hen. De gitaarakkoorden krijgen een melancholisch karakter en in mijn stem klinkt een zacht verdriet. Een aantal familieleden krijgen het moeilijk, maar hun onrust vermindert. Vervolgens nemen ze elk op hun manier afscheid van Maria. Een half uur later overlijdt Maria in alle rust omringd door familie en personeel. Ze werd uit het leven gegrepen.